De Ark van Marc

Het gebeurt niet elke dag dat een turf van een Nederlandstalige biografie in de boekhandel opduikt, zeker geen Presley biografie, maar met het vallen van de bladeren is het zo ver! Vandaag, 22 oktober 1994, verschijnt Elvis A. Presley – Muziek, Mens, Mythe.

Het kloppend hart achter deze Encyclopedia Elvisia luistert naar de naam Marc Hendrickx.

Wie is deze Marc? Wat bezielde hem om Kingsgewijs de jaren ’35 tot ’94 chirurgisch te ontleden? Hoe kreeg hij het voor elkaar om zijn Opus Magnum te creeëren op zo ‘n volstrekt originele manier? En vooral, waarom hebben U en ik dat niet zelf gedaan?

Lang, lang geleden, toen de dieren nog spraken, overviel ons die zwarte dinsdag. Meteen sloeg voor velen een muzikale droom aan diggelen. Ook de jonge Marc, die in ’77 zijn playmobils al lang had ingeruild voor een niet onbescheiden collectie grammofoonplaten, was er het hart van in. Verslagen keerde hij terug uit vakantie en draaide zijn platen zo luid mogelijk om het verdriet te overstemmen. Meer nog, op dat moment bezwoer hij zijn goede vader dat hij ooit een gigantische ode aan zijn Amerikaanse vriend zou brengen. “later, als ik groot en sterk ben “.

Maar we hadden al veel vroeger kunnen vermoeden dat de knaap voorbestemd was… Want geloof het of niet, hij werd geboren op 7 februari 1964, dag waarop The Beatles landden in de U. S. A. en Elvis het roer uit handen namen. De geschiedenis had toen nood aan een rock ‘n roll messias, kwestie van her muzikale volkje weer op het juiste pad te leiden.

Na zijn sporen te hebben verdiend met projecten in de stripwereld en het boekenmilieu, voelde Marc zich een zevental jaar geleden eindelijk ready to rock ‘n roll. Met een vette, druipende kaarsstomp, een uilebrilletje en een vooroorlogse Olympia-schrijfmachine waar de letters E, L, V, I en S van ontbraken, toog hij aan de arbeid. Hij zou niet rusten voor hij de laatste decemberdag van 1993 had verslaan!

Het kostte hem bloed, zweet en tranen. Met een fanatieke overgave en werklust chanteerde hij Europese en Amerikaanse (amateur)fotografen, forceerde hij zich als een schrijvende Rambo de toegang tot verloren gewaande archieven, en peuterde hij allerlei smeuiige verhalen en smakelijke faits divers los bij Elvis-medewerkers en insiders.

We mogen Marc ook dankbaar zijn voor de lange, slopende uren in bibliotheken, waar hij soms dagenlang verborgen bleef, om dan, hysterisch “Eureka!” roepend, naar buiten te strompelen met een minuskuul zwart-wit fotootje uit pakweg 1956.

Behalve een voorwaardelijke celstraf, een indrukwekkende doktersrekening en een innige relatie met zijn terapeut leverde dit alles hem zes-hon-derd-veer-tig bladzijden en ruim zeven-hon-derd foto ‘s en documenten op. En, alleen voor ons -Marc is een mensenvriend- liet hij dit bundelen tot een ronduit verbluffend geheel van bedrukte bladen van papier, kortom, tot een boek.

Wat mij persoonlijk het meest trof was de quasi-perfectie van “De Elvisindustrie “. Hierin kom je werkelijk àlles te weten over zijn mondiale platenverkoop, jaar na jaar. Ook de beschrijving van de hectische jaren zeventig zijn erg sterk en bovenal origineel aangepakt. Concerten worden minitieus ontleed en geëvalueerd. Een ongelooflijke ervaring… In één klap besef je, begrijp je, hoe anders die rijpe, veertigjarige zanger was. En hoe ver hij wel verwijderd was van de jonge knul die zijn doorbraak forceerde in het midden van de jaren vijftig.

Verwacht echter geen ellenlange opsommingen in dit boek. De auteur concentreert zich in verband met de sessies en de concerten immers vooral op markante en opvallende zaken. Een degelijke en meer dan toereikende werkwijze, waardoor we grotendeels gespaard blijven van pijnlijke herinneringen als “Song of the Shrimp” of “Go East, Young Man”.

Geloof me, Muziek, Mens, Mythe is een zéér professioneel geschreven werk, met plaats voor terechte kritiek, zo goed als foutloos in zijn duizenden details, en verlucht met foto’s van haast elke openbare verschijning van het fenomeen E.A.P. Wat nog meer vertrouwen geeft in de capaciteiten van blokbeest Marc, is het feit dat hij als Elvisoloog op korte termijn uitgroeide tot een B.B.V: een Bijna Bekende Vlaming. Sinds 1990 is hij reglmatig te gast op radio en televisie, waar hij dankzij de ernst en de sérieux waarmee hij zijn onderwerp benadert de naam Elvis Presley steeds in een gunstig daglicht bracht.

Dit boek is de culminatie van zijn werk. De artikels die hij schreef voor Elvis Monthly, de twee jaar durende reanimatie van het Belgische Elvis Quarterly, zijn bijdrage aan Elvis The Legend… Het waren niet meer dan vingeroefeningen. Dus, indien ook U nog altijd wacht op de definitieve Nederlandstalige Elvis Presley biografie, scheep dan nu in voor dat grootse levenswerk van Marc, Muziek, Mens, Mythe, de zelfgebouwde Ark van onze roodharige Mozes!

Rudy Van Heuven

01